Waar

Eilandstraat 6
8530 Harelbeke

Kantklosclub 't Spinneke

Bij Kantklosclub ’t Spinneke in Harelbeke wordt het ambacht van het kantklossen geleerd, beleefd en in ere gehouden. Toen de vaste lesgeefster Annie Noppe ermee ophield, nam Marianne Verledens de taak op zich om de lessen verder te zetten en zo het voortbestaan van de kantklosclub in Harelbeke te helpen verzekeren.

Tijdens de lessenreeksen komen enthousiaste kantklosters samen om de kneepjes van het kantklosvak te leren, enerzijds onder leiding van Marianne, maar ook van elkaar. Beginners zitten er naast gevorderden. Basisslagen worden geoefend, terwijl meer ervaren leden zich wagen aan verfijnde en complexere kunstslagen. Van typische kantwerkjes (onderleggers, tafellopers, ...) tot hedendaagse kunstwerken (bloemen, hoeden, moderne kunstwerken in kaders, ...) worden uit hun vingers getoverd.

Kantklossen is een textieltechniek waarbij draden met behulp van klosjes en spelden tot een opengewerkt patroon worden geweven. Er bestaan verschillende methodes voor het maken van kant. De beide grote kantfamilies worden genoemd naar de techniek waarmee ze worden uitgevoerd: naaldkant en kloskant. Binnen de club wordt, zoals de naam al weergeeft, gefocust op kloskant. De basisuitrusting bestaat uit een kantkussen, een prikpatroon, spelden, garen en klosjes waarop de draden zijn gewonden.Het patroon wordt eerst op papier geprikt en daarna op het kussen bevestigd. De spelden markeren de punten waar de draden van richting veranderen of elkaar fixeren. De draden hangen per paar aan de klosjes. Tijdens het werken worden die paren systematisch gewrongen en gekruist volgens het patroon, waardoor het kunstwerk ontstaat.

De belangrijkste basisbewegingen zijn eenvoudig in naam:

  • Kruisen: bij het kruisen wordt de linkerdraad boven de rechterdraad gelegd.
  • Wringen: bij het wringen wordt de rechterdraad boven de linkerdraad gelegd.
  • Opspelden: met het opspelden wordt een kruising tijdelijk vastgehouden, zodat de structuur van het werk behouden blijft.

Een slag is een bewerking die bestaat uit een opeenvolging van bewegingen met twee of vier paren. De basisslagen worden altijd met twee paren geklost en zo ontstaan drie basisslagen:

  • de halve slag 
  • de linnenslag 
  • de gewrongen slag 

In technische tekeningen worden de basisslagen steeds voorgesteld door een kruis in het groen, paars of rood.

Er wordt meestal van boven naar beneden gewerkt volgens het patroon. Nieuwe spelden worden geplaatst, terwijl eerder geplaatste spelden soms verwijderd worden zodra het werk voldoende stabiel is. De spanning van de draden moet voortdurend gelijk blijven om een regelmatig resultaat te verkrijgen.

Maar Kantklosclub ’t Spinneke draait om meer dan techniek alleen. De club is ook een warme ontmoetingsplaats waar verhalen en ervaringen worden gedeeld en leden elkaar spontaan helpen. Iedereen krijgt er de vrijheid om eigen creaties vorm te geven.

En soms valt er een geconcentreerde stilte, enkel doorbroken door het ritmische tikken van de klosjes: het teken dat een moeilijker stukje kantwerk alle aandacht vraagt. Precies daarin toont zich de schoonheid van dit fijne ambacht.

Meer ambachten ontdekken?

Overzicht