Nicole Baert – Hoedenmaakster
Nicole Baert is een hoedenmakster, vaak ook modiste genoemd. Het woord ‘hoed’ stamt af van het Middelnederlandse hut of hoet en is nauw verwant aan ‘bescherming’. Een hoofddeksel beschermt je tegen de zon, de regen, de kou. Maar naast dit alles is een hoed ook een expressievorm, een decoratief element.
De lades in het atelier van Nicole zijn rijkelijk gevuld met materialen om hoeden te maken. Haar verzamelwoede duidt op een enorme passie voor het ambacht, maar ook op de verscheidenheid aan mogelijke opties.
Om winterhoeden te maken wordt vaak gebruik gemaakt van vilt, een niet geweven textielsoort waarbij vezels door een bepaalde bewerking in elkaar haken. Vilt kan onder meer gemaakt zijn van schapenwol of konijnenhaar. Wolvilt kan ook nog een speciale bewerking ondergaan waardoor het lijkt op fluweel (veloursvilt).
Het vilten basismateriaal komt in een kegelachtige vorm (cloche) zonder naad. Er bestaan ook vilten capelines, waarbij de rand van de hoed reeds voorgevormd is.
Om zomerhoeden te maken worden onder meer verscheidene soorten stro gebruikt: Parasisal, sisal, parabuntal, papierstro, bandstro en sinamay. De Sisalvezels van de agave plant kunnen met de hand geweven worden met één (sisal) of twee (parasisal) draden. De talipotpalm levert dan weer de vezels voor parabuntal, een erg fijne strosoort. Papierstro is gemaakt van zijdepapier, afgewerkt met een laagje vernis. Het is een sterk materiaal dat in veel kleuren verkrijgbaar is en makkelijk kan geverfd worden. Bandstro wordt in stroken gevlochten en bestaat in verschillende breedtes en structuren. Het kan gemaakt zijn van natuurlijke of synthetische vezels. Sinamay wordt vervaardigd van bananenplantvezels. Daarnaast heb je ook nog kunstmatige strosoorten als visca en laize.
Nicole haar atelier puilt uit van de mallen, specifieke vormen die de morfologie van een hoed bepalen. De meeste bestaan uit lindehout, omdat die houtsoort bestand is tegen warmte en vocht. Andere bestaan uit geperste houtvezel. Bepaalde mallen zijn modulair en de combinatie ervan geeft talrijke creatieve opties.
De basismaterialen worden geprepareerd om de vorm van de mal aan te nemen. Vilt wordt gestoomd, stro wordt nat gemaakt. Het materiaal wordt over de mal getrokken met gelijk verdeelde kracht en aan de juiste snelheid. Duimspijkers en of linten worden aangebracht om het materiaal op de juiste plaats te houden. Een hoed met een rand krijgt ter versteviging een met zijde omwonden ijzerdraad. Daarna is het tijd om te drogen en de hoed van de mal te ontdoen.
Elk hoofddeksel dat Nicole Baert maakt, is het resultaat van vakkennis, geduld en artistieke creativiteit. Door traditionele technieken te combineren met een uitgebreide kennis van materialen en vormen, geeft zij het ambacht een hedendaagse uitstraling. Haar atelier vormt zo niet alleen een werkplaats, maar ook een plek waar functionaliteit, mode en artistieke ambachtelijkheid samenkomen.